|
|
|
|
|||
| Filosofie | |||||
| Huka heeft met het ontwikkelen van de Skwirrel II een heel traject afgelegd. Diverse specialisten zijn geraadpleegd, bestaande onderzoeken zijn bekeken en last but not least, ook aan kinderen is gevraagd hoe een elektrische rolstoel eruit moet zien en wat hij allemaal moet kunnen. Alle informatie is verzameld en nauwkeurig geanalyseerd. Uiteindelijk is daar de Skwirrel II uitgekomen die u nu op deze site kunt bekijken. De Skwirrel II is gebaseerd op de volgende vijf kernbehoeftes: Zitten Kinderen groeien. Een rolstoel moet met het kind mee kunnen groeien. En over groot aantal in- en verstelmogelijkheden beschikken. Vanuit therapeutisch oogpunt en comfort overwegingen moet de zithouding optimaal zijn. Horizontale verplaatsing Een kind loopt en rent van hot naar her en let in zijn bewegingen niet of nauwelijks op de ondergrond. Een elektrische rolstoel moet daarom over dynamische rijeigenschappen en een grote actieradius beschikken, om hetzelfde te kunnen bieden. Verder moet hij stabiel en wendbaar zijn. Verticale verplaatsing Kinderen spelen vaak op de grond, maar klimmen ook op het aanrecht en op tafel. Een elektrische rolstoel moet in staat zijn hierin mee te gaan. Individualiteit Uniformiteit bestaat niet meer in deze tijd. Uiterlijke kenmerken ondersteunen de identiteit van het kind. Een kindwil zijn eigen imago of identiteit creƫren. Dit geldt uiteraard ook voor een rolstoel. Deze moet naast functionaliteit ook op het uiterlijk aangepast kunnen worden aan de wensen van het kind. Interactie tussen mens en machine Een kind wil zijn rolstoel niet zien als een afstandelijk technisch hoogstandje, maar als een verlengstuk van zijn eigen lichaam. Met dit verlengstuk wil hij alles kunnen wat anderen ook kunnen of zelfs meer. |
|||||
|
|
|
|
|||









